‘FEYENOORD CITY KAN BELANGRIJKE PLEK WORDEN VOOR STREET CULTURE’

RAJIV BHAGWANBALI & DANIJEL RIBARIC 

Rotterdam is de street culture hoofdstad van Nederland. De gebiedsontwikkeling Feyenoord City kan die positie verstevigen, denken Rajiv Bhagwanbali en Danijel Ribarić. ‘Hier kunnen alle stromingen van de street culture samenvloeien.’ 

Street culture, wat is dat eigenlijk? Een blik op de line-up van de Rotterdam Street Culture Week, dat in september 2021 voor het vierde jaar op rij plaatsvond, laat zien dat het een breed begrip is. Van spoken word tot streetart. Van hiphop en urban dance tot paneldiscussies en powertalks over de bijbehorende cultuur. En van turntablism en beatboxen tot street sports als 3×3 basketbal, breakdancen, straatvoetbal, skateboarden, BMX en freerunning.  

Freerunning in Mallegatpark 

Tijdens de Rotterdam Street Culture Week (RSCW) krijgen al deze disciplines een podium. Dit jaar stond dat podium deels op Zuid, onder meer in het gebied waar straks Feyenoord City komt. In de wijk Feijenoord toverden graffitikunstenaars kale muren om tot gigantische kunstwerken. Het Topsportcentrum hostte het NK Breaking, op de Rosestraat streden de beste straatvoetballers ter wereld tegen elkaar en in Skateland (Piekstraat) kwamen de beste BMX’ers van Nederland samen. De gaskoepels in het Mallegatpark – onderdeel van Feyenoord City – waren het decor voor het NK SpeedStyle Freerunning én een kunstexpositie die onderdeel was van streetartfestival POW! WOW!. 

Meer structuur 

Rajiv Bhagwanbali (35) hoopt dat de events op Zuid de aanzet zijn tot meer. Rajiv, afkomstig uit een Hindoestaanse familie, is artistiek directeur van RSCW. Maar ook professioneel danser, cultureel ondernemer en één van de acht leden van de klankbordgroep die burgemeester Aboutaleb regelmatig voorziet van constructieve kritiek en ideeën. ‘De street culture is soms wat ongeorganiseerd,’ weet Rajiv. ‘Initiatieven ontstaan spontaan, vaak letterlijk op straat. Om die initiatieven uit te kunnen bouwen, zijn middelen nodig. Financiële middelen en faciliteiten. Met RSCW kunnen wij één keer per jaar een boost geven. Maar er moet meer structuur komen.’   

Geen geld voor een zaaltje  

Danijel Ribarić (36) herkent dat. De Rotterdammer met Kroatische roots groeide op in Crooswijk, waar hij niet alleen een gerespecteerde keeper en straatvoetballer was, maar ook iemand die mensen met elkaar in verbinding bracht. Die rol van connector vervult hij nog steeds, nu voor stichting Urban Culture Lab. Deze organisatie wil de maatschappij versterken door middel van de urban/street culture. Daarnaast heeft Danijel een marketingbureau dat zich focust op urban initiatieven. ‘Het gaat om twee dingen,’ zegt hij. ‘Eén: goede faciliteiten. In de stad hebben we goede 3×3 basketballers, maar tot voor kort was nergens een overdekte faciliteit met de juiste ondervloer. Er zijn genoeg straatvoetbalpleintjes, maar in de winter ga je daar niet heen. De meeste jongeren, zeker op Zuid, hebben geen geld om dan met elkaar een zaaltje af te huren, als dat zaaltje er al is.’ 

Faciliteiten in Feyenoord City 

‘Het tweede wat nodig is,’ vervolgt Danijel, ‘is de organisatie van events op die plekken. In mijn jeugd ging ik de hele stad af voor straatvoetbaltoernooitjes. We wilden de beste van de stad worden. De afgelopen tien jaar is daar door gemeenten en welzijnsorganisaties op bezuinigd. Tegelijkertijd kwam social media op. Jongeren kiezen nu – gechargeerd gezegd – alleen nog tussen Netflix en Videoland of TikTok en Instagram. En niet meer tussen welk toernooi of welke sport ze gaan doen. Feyenoord City zou die faciliteiten kunnen bieden, omdat deze nog ontbreken in de stad. Bijvoorbeeld een deels overdekt sportplein, events en structurele programmering, waar alle stromingen van de street culture samenvloeien en elkaar inspireren. Ja, dat zie ik wel voor me.’ 

Basketbal en straatvoetbal in lege loods 

Rajiv en Danijel denken hier actief over mee, samen met tientallen mensen uit de street culture. Zo wordt momenteel een concept ontwikkeld om de gaskoepels in het Mallegatpark een structurele functie te geven. Het projectteam van Feyenoord City stelde daarnaast een leegstaand gebouw aan de Koperslagerstraat beschikbaar, op de plek waar straks het nieuwe stadion moet komen. De straatvoetbal- en basketbalcommunities creëerden hier op eigen kracht een fysieke plek. De straatbasketballers van Concrete Lions legden een 3×3 basketbalveld met de juiste ondervloer aan. Ook zijn er officiële Panna Knock Out-velden in de loods, waarin ook Ondernemershuis-op-Zuid van ondernemer Stijn van Leeuwen gevestigd is.    

De stad verenigd  

‘Mede door die faciliteiten is een Onder 23-team van Concrete Lions onlangs Nederlands kampioen geworden,’ zegt Danijel. ‘Teams uit de rest van de stad kwamen naar Zuid om tegen hen te spelen, waardoor ze alleen maar beter werden. Datzelfde zie je gebeuren met straatvoetbal. Wekelijks verwelkomen we daar zeker honderd jongeren. Uit Zuid, maar ook de rest van de stad. Zo verenig je de stad. Je moet een goede plek hebben, dan ontstaat zoiets bijna organisch. Jongeren zijn vanaf een jaar of dertien op zoek naar hun identiteit. Ze proberen dingen uit. Street culture heeft een positieve aantrekkingskracht op hen. Daarmee voorkom je wellicht dat die jongeren het verkeerde keuzes maken. Het kost de overheid veel geld om zo’n jongere terug op het rechte pad te brengen. De investering in faciliteiten is kleiner en levert je ook nog eens geld op. Jongeren gaan participeren in de maatschappij door de levenslessen die ze meekrijgen in onze communities.’ 

Community-gevoel  

Maar, zegt Rajiv, het is meer dan voorkomen dat jongeren het verkeerde pad op gaan. ‘Het gaat er ook om dat je mensen de kans geeft hun passie te vinden. Zelf werd ik via het HipHopHuis onderdeel van de street culture. Anders was ik fysiotherapeut geworden en was ik óók goed terechtgekomen. Maar de street culture is leuker, hier kan ik echt mijn ei in kwijt. Ik voel me onderdeel van een community. Het hebben van zo’n gevoel is voor veel mensen ontzettend waardevol.’ 

Rajiv geeft nog een voorbeeld: Menno van Gorp, inmiddels Rotterdammer en drievoudig wereldkampioen breakdancen. ‘Hij werd dat niet door een vooropgezet plan. Nee, op vakantie in Turkije zag hij een trui van Wu Tang. Hij was al in love daarmee, maar die trui was de eerste keer dat hij echt hiphop droeg. Het was het een namaaktrui, maar hij rockte de culture als nooit tevoren. Het was voor hem bijna een soort coming out. Daarna zag hij op verschillende plekken in zijn geboortestad Tilburg mensen breakdancen. Dat pakte hem. Hij ging meedoen en werd er onderdeel van. Door zelf uit te vinden hoe het werkt, is hij zo goed geworden.’  

Omarmen, niet claimen 

Feyenoord City kan ook zo’n plek worden waar jongeren worden geconfronteerd met onderdelen van de street culture die ze tof vinden, denkt Rajiv. Al plaats hij een kanttekening. ‘Je kunt niet zomaar claimen dat jij dé plek wordt voor street culture. De mensen achter Feyenoord City moeten beseffen dat het gebied wordt toegevoegd aan een bestaand netwerk van plekken en mensen. Het is zoals Danijel zegt: creëer goede faciliteiten, zorg voor goede invulling. Dan ontstaat zoiets vanzelf.’ 

Danijel vult aan: ‘Als Rotterdam nu al de street culture en street sports omarmt, kunnen er mooie dingen gebeuren. Enerzijds creëren we de Olympisch kampioenen van de toekomst, want steeds meer street sports worden Olympisch. En minstens zo belangrijk: we maken maatschappelijke impact, door jongeren te laten ontdekken wat ze tof vinden. Zo snijdt het mes aan twee kanten.’