‘We moeten een vijfsterrensudoku oplossen’

Of mensen graag in een gebied verblijven, hangt voor een belangrijk deel af van de bereikbaarheid van en mobiliteit binnen een gebied. Dat weten Remco Gilbers (mobiliteitsmanager Stadion Feijenoord), Arjen Kamphuis en Ton Koevermans (adviseurs mobiliteit gemeente Rotterdam) als geen ander. 

‘Je moet het eigenlijk een beetje zo zien,’ zegt Arjen Kamphuis. ‘Het is alsof je de volledige gemeente Capelle aan den IJssel evacueert. In een ontzettend kort tijdsbestek, middenin de stad, waar het dagelijkse leven gewoon doorgaat.’ De senior beleidsadviseur van de gemeente Rotterdam schetst wat voor het mobiliteitsteam de grootste uitdaging is binnen Feyenoord City: de momenten waarop Feyenoord speelt of er andere evenementen plaatsvinden in het nieuwe stadion. ‘Dat is een soort vijfsterrensudoku, die we dan moeten oplossen.’ 

 

LANGER BLIJVEN HANGEN 

Remco Gilbers knikt. Als mobiliteitsmanager van Stadion Feijenoord kent hij de uitdagingen van een leeglopend stadion vol mensen die het liefst zo snel mogelijk weer naar huis willen. Hoewel, dat laatste is straks de vraag. ‘We zetten ons er voor in om de mensen langer rondom het stadion houden, door daar een aantrekkelijk programma voor te bieden. Net zoals je dat voorafgaand aan evenementen kan doen, waardoor iedereen gefaseerd naar het stadion toekomt.’ Peak shaving, in vaktermen. 

 

MEER OV EN MEER FIETSERS 

Spreiding is een van de vier hoofdmaatregelen om de mobiliteit binnen en de bereikbaarheid van Feyenoord City tijdens evenementen te optimaliseren. De andere drie: het zoveel mogelijk scheiden van de verkeersstromen, meer ruimte voor openbaar vervoer en ruim baan voor voetgangers en fietsers. Van autootje pesten is geen sprake, zegt mobiliteitsadviseur Ton Koevermans van de gemeente Rotterdam. ‘We werken aan de optimale manier om het gebied bereikbaar te maken en te houden. Dat betekent dat je nog steeds met de auto kunt komen, maar dat je bijvoorbeeld vanaf P+R Beverwaard of andere P+R verder reist met tram, vervoer of water of pendelbus. Ook stimuleren we het gebruik van openbaar vervoer, fiets en deelscooter. Het aantal mensen dat daarvan gebruikmaakt, moet bijna verdubbelen. Dat kán, zeker. Daar hebben Remco en zijn team de afgelopen jaren uitgebreid onderzoek naar gedaan.’ 

 

UITSTAPPEN VOOR DE DEUR 

Belangrijke voorwaarde is dat de faciliteiten voor die vervoersvormen op orde zijn. Gilbers noemt het Mallegatpark. ‘Bij wedstrijden of evenementen kunnen daar veertig bussen parkeren op het multifunctionele sportplein. Vanaf daar ben je in twee minuten bij het stadion. Dat is toch ideaal? Dan word je ook echt beloond voor het reizen per bus. Ook komt er een grote bewaakte fietsenstalling onder het stadion. Dat maakt het aantrekkelijker om met fiets of deelscooter te komen.’ 

 

INPUT VAN BETROKKENEN  

Maar, zo zegt Gilbers, laten we vooral niet vergeten dat Feyenoord City een gebied is waarin op de 300 andere dagen van het jaar geen grootschalige evenementen in het stadion plaatsvinden. Hij noemt de sportfaciliteiten in de buitenruimte, horecagelegenheden, bioscoop en winkels. ‘Voor de mensen die dáárvoor naar Feyenoord City komen, moeten de mobiliteit en bereikbaarheid óók goed zijn. Zeker ook voor de inwoners van het gebied. Nu ervaren bewoners van De Veranda doordeweeks de nodige hinder van bioscoop en restaurantbezoekers, zo weten we van inloopavonden. Ook rondom Feyenoord-wedstrijden is er de nodige parkeer- en verkeersoverlast. Die input van betrokkenen – met naast bewoners ook ondernemers en Feyenoord-supporters – is voor ons heel waardevol. Daar gaan we graag mee aan de slag.’ 


Nieuw treinstation  

Er moeten nieuwe tramvoorzieningen komen in de omgeving van de Laan op Zuid en de Rosestraat, een nieuwe auto-en fietsverbinding tussen de Rosestraat en de Colosseumweg onder het Varkenoordseviaduct en een nieuw NS-station ter vervanging van het huidige station De Kuip, dat alleen op wedstrijddagen wordt gebruikt. ‘En laten we vooral niet vergeten dat we ook al volop bezig zijn,’ zegt Koevermans (geen familie van Feyenoord-directeur Mark Koevermans, wel van oud-profvoetballer Wim Koevermans). ‘Binnen Stadionpark (waarvan Feyenoord City onderdeel uitmaakt, red.) hebben we al veel aangepakt. Een nieuwe inrichting van de Olympiaweg bijvoorbeeld, met nieuwe fietspaden en ruimte voor busparkeerplaatsen. Ook aan de P+R-voorziening op de Noorderhelling wordt al volop gebouwd.’ 

 

DROMEN VAN NIEUWE OEVERVERBINDING 

Dromen doet het drietal ook. Van de mogelijke nieuwe stadsbrug of- tunnel die Kralingen/De Esch en Feyenoord City verbindt. En van een mogelijke nieuwe metroverbinding tussen Zuidplein en Kralingse Zoom, mét een IC-station Stadionpark. Arjen Kamphuis ziet het wel voor zich. Hij rondde onlangs een masterscriptie af waarin hij de sociale en culturele waarde van infrastructuur onderzocht. ‘Daaruit kwam naar voren dat infrastructuur effect kan hebben op het imago van steden en het welbevinden van mensen. Kijk naar de Kop van Zuid na de aanleg van de iconische Erasmusbrug. En naar Katendrecht na de aanleg van de Rijnhavenbrug. We moeten dat effect niet overschatten, maar het bestaat zeker wel.’ 


SPOORVIADUCT HILLESLUIS  

In die zin kijken Kamphuis, Koevermans en Gilbers nieuwsgierig naar de nieuwe verbinding voor fietsers en voetgangers over de oceaan aan sporen dat de wijken Bloemhof en Hillesluis direct verbindt met De Strip en de rest van Feyenoord City. Kamphuis: ‘Met die brug maken we Feyenoord City in één keer bereikbaar voor tienduizenden Rotterdammers, waarvan velen – daar hoeven we niet omheen te draaien – te kampen hebben met sociaaleconomische problemen. Zij krijgen straks veel makkelijker toegang tot sportfaciliteiten, onderwijs en werkgelegenheid. Zo kunnen we met slimme mobiliteitsoplossingen ook iets doen voor de mensen die er nu al wonen. Dat is op termijn minstens zo belangrijk als het zo goed mogelijk laten wegvloeien van de bezoekersstromen van het nieuwe stadion. Misschien zelfs wel belangrijker.’